De permanente graslanden op de steile hellingen van de Tiendeberg behoren tot de oudste van Vlaanderen. Al in de Middeleeuwen gebruikten de bewoners van Kanne deze hellingen als gemeenschappelijke weide. Op de graslanden liet men nauwelijks bomen of struiken groeien om de grasproductie optimaal te houden. Hierdoor ontstond een warmer (micro)klimaat, ideaal voor de schrale en warmteminnende vegetatie en de bijhorende fauna. De bodem van de Tiendeberg is heel uitzonderlijk. Op de hellingen komen kalk, geel zand, grind en leem aan de oppervlakte. Als water en vuur botsen deze kalkrijke en zure bodems,elk met hun typische planten. Dit zorgt het hele groeiseizoen lang voor een unieke bloemenzee. Om het open karakter in stand te houden worden schapen en geiten ingezet. Het resultaat mag er zijn: zeldzame planten en dieren doen het erg goed en iedereen kan genieten van de weidse vergezichten.
|
|